Het begin van dit schooljaar was ik een van de docenten in de startweek van de BeCreative minor op Fontys. In de startweek werken we aan een creatieve blik en houding. We leren studenten opnieuw naar de wereld te kijken: we maken, onderzoeken en denken samen (in willekeurige volgorde). Op een gegeven moment gaan we naar de kringloopwinkel om spullen te kopen voor het maken van een grote installatie die gedurende de week wordt gebouwd.
Met al die spullen in ons lokaal nam mijn collega-docent ons mee in een oefening waarin we kijken naar wat voorwerpen of spullen ons zeggen: welk gedrag ze afdwingen. Een tafel vraagt ons te gaan zitten. We probeerden met een kleine ingreep de oproep te veranderen: een tafel op zijn kop is een boot. De spullenberg is ineens een bron van creativiteit.
Vlak na de startweek ging ik op vakantie. Een tocht door Wales, slapen in vakantiehuisjes. Het laatste huisje maakte ons verdrietig. We begrepen eerst niet waarom; het was schoon, mooi genoeg en met een lekkere bank. Toen we gingen eten (op de bank, voor de tv) viel het kwartje.
Thuis eten we altijd aan tafel. Heel gewoon. En we doen veel meer aan tafel: tekenen, werken, leren, lezen, dingen maken. Puzzelen en de krant lezen. Allemaal rustige fijne dingen die we zonder tafel niet kunnen. Een tafel is zowel een rustpunt als een ontmoetingsplek. Een plek voor handwerk, voor verdieping, voor ontwikkeling. We zijn echte tafel-hangers.
En dus sloopten we spiegel van de make-up tafel. Zittend op een bijzettafeltje vonden we ons vakantiehuis ineens heel fijn.
Ik gun iedereen (ieder kind!) een fijne tafel. 🙂